De kamsalamander, een pracht van een draakje
Neen, zijn uiterlijk heeft hij echt niet mee, deze grootste broer onder de watersalamanders. Maar het moet gezegd, zijn naaste verwanten zijn evenmin van de aantrekkelijkste. Wie vindt nou een kikker of een pad een aardig dier? Alhoewel ...
Je moet ze eens nader bekijken om te ontdekken dat ze toch ook wel hun mooie trekjes hebben. Ongetwijfeld zijn de volwassen salamanders elegante diertjes, met hun lang rolrond lichaam en lange staart, gedragen door vier korte pootjes. Wanneer zij zich zwemmend verplaatsen in het water, slingert dat slanke lichaam sierlijk heen en weer. En kleur en tekening van sommige zijn ook niet mis.
In onze streken komen vier soorten watersalamanders voor, die voor hun voortplanting op een wateroppervlak aangewezen zijn: de kamsalamander, de kleine watersalamander, de alpenwatersalamander en de vinpootsalamander. Slechts de drie eerste soorten worden in Zemst en omgeving terug gevonden. Ook de enige landsalamander die in Vlaanderen aanwezig is, de vuursalamander, is elders te zoeken.
Van de drie bij ons aanwezige soorten is de kamsalamander de meest bedreigde soort en hij is zowel in het Vlaams Gewest als Europees beschermd. In de Zemstse poelen is hij regelmatig aanwezig en daarom verdient hij ook onze bijzondere aandacht. Vooral omdat gebleken is dat hij bij ons, zoals trouwens overal, de laatste decennia sterk achteruit is gegaan.
Het draakje
Tijdens de voortplantingstijd ontwikkelen de mannetjes kamsalamander een hoge rugkam met diepe insnijdingen en een weinig ingesneden staartkam. Dat geeft hun het uitzicht van één of andere voorhistorische dinosauriër. De vrouwtjes dragen deze sieraden niet. Beide zijn donker tot roodbruin gekleurd en dikwijls hebben zij donkere vlekken. De buikzijde is opvallend geel tot oranje met grote zwarte vlekken. Deze vlekken zijn zeer variabel van vorm en aan het patroon ervan kunnen de individuen herkend worden. Het mannetje kan zo'n 10-14 cm lang zijn, terwijl de afmetingen van het vrouwtje van 11 tot 17 cm variëren.
In de korrelige huid bevinden zich talrijke gifklieren, die bij aanraking een voor de mens ongevaarlijk maar wél irriterend vocht afscheiden.
De bouw van de ogen past zich aan wanneer zij van hun landbiotoop naar het water trekken of omgekeerd, zodat zij zowel in het water als in de lucht kunnen zien. Trouwens zien zij zeer slecht en zij eten alles op wat beweegt: larven van alles wat in het water leeft en groot genoeg is, maar even goed de kleinere watersalamanders en zelfs hun eigen vervelling
Liefde en leven
Vroeg in het voorjaar trekken de kamsalamanders naar hun voortplantingsbiotoop, voornamelijk veedrinkpoelen en bomputten. De wijfjes zetten er dan honderden eitjes af, die ze vast maken aan dode of levende delen van waterplanten. Na een tweetal weken komen de larven uit.
De koudste maanden brengen de meeste kamsalamanders door in winterrust. Wanneer zij eenmaal een poel of bomput als voortplantingsplaats hebben gekozen, keren de meeste kamsalamanders elk jaar naar diezelfde plaats terug. Dat gebeurt in de maand maart en zij blijven er tot juni. Dan zwermen zij uit in een vochtig deel van de omgeving, hun zomerbiotoop. De jonge salamanders blijven nog in het water tot augustus-september of zelfs later. Zij zullen slechts na een drie à vier jaar zelf voor nakomelingen zorgen.
Wie graag een kamsalamander eens van dichtbij ziet kan mee komen wandelen op een amfibieënexcursie. Vooral tijdens de maanden april-mei zijn waarnemingen gemakkelijk te doen.
Elk jaar, in de loop van april, worden de meeste poelen in Zemst door Natuurpunt op de aanwezigheid van salamanders, onderzocht.
Vorige pagina: Inventarisatie van amfibieën in 2007
Volgende pagina: Vleermuizen

