Ongewenste "vreemdelingen" in onze regio
Het gaat hier over dieren die in feite geen deel uitmaken van onze inheemse fauna, maar die hier intussen toch goed gedijen. Voorbeelden zijn wel bekend bij ieder van ons, mogen we aannemen.
In vorige editie hadden we het over enkele exotische plantensoorten waar we in onze natuurgebieden kunnen mee te maken hebben. Deze keer gaat het over dieren die in feite geen deel uitmaken van onze inheemse fauna, maar die hier intussen toch goed gedijen.
Namen als halsbandparkiet, roodwangschildpad, Canadese gans en meer van dat fraais klinken u waarschijnlijk niet echt onbekend in de oren. Voor alle soorten geldt dat ze wel een eigen verhaal hebben hoe ze bij ons zijn geraakt.
Eén van de ‘oudste’ soorten die past in dit rijtje is ongetwijfeld de fazant. Deze vogelsoort werd al vele eeuwen geleden naar Europa gebracht vanuit Aziatische oorden. De voornaamste reden was dat het een goed bejaagbare soort was, die bovendien heel mooi oogde. Door ze regelmatig uit te zetten in de natuur werden de afschoten exemplaren aangevuld. Maar mettertijd slaagden heel wat groepen erin om in het wild te kweken.
Tot 2002 was er een gemengd beeld te zien waarbij in het wild broedende dieren werden aangevuld met uitgezette exemplaren, kwestie van de te bejagen voorraad voldoende hoog te houden.
Onderzoek in verschillende landen wees intussen uit dat de soort schade toebrengt aan onze inheemse fauna en flora. Zo is het algemeen bekend dat de aantallen van heel wat ongewervelden (slakjes, larven, insecten) onder druk staan in onze bossen omdat ze veelvuldig ten prooi vallen aan de fazant. Tevens is gemerkt dat in sommige streken de hazelworm een belangrijk slachtoffer is. Deze pootloze hagedis kan in sommige natuurgebieden niet stand houden omdat fazanten hem doodpikken, maar verder onaangeroerd laten vanwege te groot om door te slikken.
Sinds dit jaar mogen geen fazanten meer worden uitgezet in Vlaanderen omwille van een arrest van de Raad van State. Toch heeft de wetgever nog een achterpoortje gelaten. Als een fazantennest wordt bedreigd door bijvoorbeeld maaiwerken mogen de eieren worden uitgebroed in een machine en de jongen vrijgelaten in de natuur. Dit alles zou moeten gebeuren onder controle van de bevoegde administratie (Bos & Groen). Je kunt zo begrijpen dat dit in de praktijk niet te controleren is en dus kans geeft op ‘fraude’. Typisch Belgisch, als je het ons vraagt.
Een plaagsoort van een heel andere orde is de muskusrat. Ook dit dier is al lang in ons midden, maar hier betreft het ontsnapte exemplaren die werden gekweekt om hun pels. Inmiddels is dit knaagdier, dat enkel plantaardig voedsel eet, uitgegroeid tot een van de belangrijkste lastigaards in West-Europa. Ze heeft namelijk de onhebbelijke gewoonte om grote gangenstelsels te graven in dijken van waterlopen. Daardoor kunnen deze soms beginnen lekken of doorbreken en voor wateroverlast zorgen. Zowel de gemeentelijke, provinciale als gewestelijke overheden hebben bestrijdingsplannen die jaarlijks veel geld kosten. Omdat het resultaat na tientallen jaren van bestrijding toch niet echt bevredigend is, beraadt men zich over een andere aanpak. Benieuwd wat die gaat uithalen, we houden u op de hoogte.
We hadden het al over een vogel en een zoogdier. Er is ook nog een reptielensoort die de jongste jaren een enorme opgang heeft gekend: de roodwangschildpad. Zij is op nog een heel andere manier in ons natuurlijk milieu terechtgekomen. Oorspronkelijk kochten heel wat mensen enkele kleine exemplaren om in het aquarium of de tuinvijver te houden. Na een tijdje werden ze ze beu, of werden te dieren te groot. In beide gevallen kwamen heel wat exemplaren in een beek of poel terecht, gedumpt door de eigenaars. Er was hen gezegd dat de beesten onze winters toch niet konden overleven, en dus niet lang zouden blijven leven. Men was blijkbaar ‘vergeten’ dat ook deze schildpadden zich ingraven in de winterperiode en op die manier kunnen weerstaan aan koude temperaturen. In de lente komen ze dan vrolijk weer naar boven, groter en sterker dan ooit.
In onze natuurlijke vijvers en poelen richten ze veel schade aan aan onze fauna en flora. Hun honger kent bijna geen grenzen, ze eten zowat alles waar ze bij kunnen. Jonge, uitgezette exemplaren eten voornamelijk dierlijk voedsel. Dat kan dan wel gaan over bijvoorbeeld jonge watervogels of amfibieën. De oudere dieren eten een groot deel van de watervegetatie weg zodat andere, inheemse soorten niet meer aan voedsel geraken. Tot overmaat van ramp zijn de schildpadden zeer agressief tegen alle diersoorten die nog maar in de buurt durven komen. Heb ze dus maar als buur. Het is dan nog een geluk dat deze soort zich in onze streken niet kan voortplanten vanwege te koude zomers (!). Hoe lang zal het nog duren vooraleer ze het hier wel warm genoeg vinden? Nadeel is dat ze meer dan vijftig jaar oud kunnen worden...
Conclusie: in zowat al onze gemeentelijke natuurgebieden hebben we af te rekenen met één of meerdere van deze (en andere) exoten. Op sommige plaatsen is het niet eenvoudig ze in toom te houden. Probeer maar eens alle muskusratten of roodwangschildpadden weg te vangen. Bovendien komen er regelmatig nieuwe dieren bij vanuit aanpalende percelen of via mensen die nieuwe exemplaren komen dumpen. Het is jammer dat dat in deze moderne tijden nog gebeurt, maar het is de realiteit. Laat ons hopen dat de mens leert uit zijn fouten uit het verleden. Zo zal hij niet langer de oorzaak zijn van problemen waar hij achteraf toch geen afdoende oplossingen voor heeft.
Vorige pagina: Afvalbeheer(sing)
Volgende pagina: Paddenstoelen: Overzicht 2006
