Print This Page

Jacobskruiskruid: het gele gevaar

De voorbije maanden is in het weekblad Knack nogal gepalaverd over het mogelijke gevaar dat jacobskruiskruid oplevert voor vooral paarden en koeien. Chris De Stoop stak het vuur aan de lont met een erg tendentieus en weinig onderbouwd artikel. Kris Decleer (van het Instituut voor Natuurbehoud) repliceerde met een duidelijke tekst die alles terugbracht tot zijn werkelijke proporties. Ook minister Peeters liet inmiddels een tekst verspreiden met de ware toedracht van het verhaal.

Omdat we je willen op de hoogte houden, vind je hier met toelating een verkorte en bewerkte versie van de tekst van Kris Decleer (waarvoor dank). We verwerken hierin ook de elementen van de tekst van het kabinet Peeters.

In verse toestand en bij voldoende voedselaanbod is er weinig kans dat dieren het jacobskruiskruid opeten. Ze laten het gewoon links liggen, omdat ze het blijkbaar ervaren als een giftige soort. Het probleem stelt zich vooral bij hooi, waarin kruiskruidplanten mee zijn gedroogd. Dan zijn koeien en paarden niet meer in staat het van de andere planten te onderscheiden, maar de toxiciteit blijft ook in gedroogde toestand. Als een paard of een koe meer dan 1% van zijn lichaamsgewicht aan jacobskruiskruid binnenkrijgt, en dat gedurende verschillende opeenvolgende dagen, kan zich acute vergiftiging voordoen.

Jacobskruiskruid is al lang een algemene soort in Vlaanderen. De soort is niet direct een pest te noemen. In een gesloten, extensief beheerde grasmat (permanent weiland) komt het weinig voor. Een tweetal keer per jaar selectief maaien (en afvoeren) biedt een deel van de oplossing in hooilanden waarvan de opbrengst gevoederd wordt. Terreinen waar veel jacobskruiskruid groeit, kunnen beter niet worden gehooid voor dierenvoeder. Op kleine percelen kan herhaaldelijk uittrekken vóór de bloei een (arbeidsintensieve) oplossing zijn.

Intussen is gebleken dat bij compostering de giftige stoffen (pyrrolizidine alkaloïden) volledig worden afgebroken indien de temperatuur voldoende hoog (meer dan 60°C) is. Behalve kruiskruid zijn er in Vlaanderen nog heel wat giftige planten. Goudenregen, taxus, rododendron, zwarte nachtschade, aardappelloof, vingerhoedskruid,.. zijn allemaal soorten waar je beter niet van eet. In plaats van te panikeren komt het er dus op aan er mee te leren leven en er gepast mee om te gaan. Het maakt alleen duidelijk dat bij vele mensen de natuurkennis is verdwenen. Dat schept vijandigheid en angst tegenover die natuur. Het toont aan dat natuureducatie, zowel in het onderwijs voor kinderen als voor volwassenen, erg belangrijk is. Kom dus nog meer naar onze activiteiten. Dan krijg je de informatie uit de eerste hand en kun je tendentieuze gegevens uit de pers meteen relativeren....

Tot hiertoe waren er nog geen meldingen van jacobskruiskruidvergiftigingen bij de mens.


Vorige pagina: Peilbuizen
Volgende pagina: Afvalbeheer(sing)