Knoteiken
EEN CURIOSITEIT IN ONZE STREEK
Samen met het Regionaal Landschap Groene Corridor wil Natuurpunt Zemst de 80 knoteiken op het Prinsenveld (Molenheide, Hofstade) terug als knotbomen gaan beheren. Zo willen we er de landschapsbepalende eikenrijen vrijwaren én het cultuurhistorisch knotgebruik in ere herstellen.
Knotwilgen kennen we wel, maar knoteiken? Nochtans is het principe erachter hetzelfde. Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam van 1,5m à 2m, waarbij boven op die stam periodiek de daar groeiende takken, ‘de pruik', worden geoogst. Door telkens weer het vormen van wondweefsel na snoeien, ontstaat op die hoogte een verdikking of knot van waaruit nieuwe scheuten groeien. Naast wilgen en eiken vinden we ook geknotte essen, populieren, elzen en haagbeuken.
De knotboom is een cultuurboom, gevormd door de mens omwille van het gemakkelijk oogstbare hout, periodiek geleverd zonder dat de boom verdwijnt. Afhankelijk van boomsoort en dikte kende het hout verschillende toepassingen: brandhout, geriefhout (bv. gereedschapsstelen, bonenstaken, klompen, hekken, palen). De 1-jaarstwijgen waren geschikt voor allerlei vlechtwerk, bv. manden.
Knotbomen komen vooral voor als lijnen in het landschap. Ze vormen de afscheiding langs wegen, velden en percelen. Naast hun historisch gebruik zijn knotbomen dan ook visueel van groot belang in ons landschap. Ze geven diepte aan het landschap, benadrukken lijnen en omkaderen zichten. Ook hun ecologische waarde is groot. Vele knotbomen zijn hol en vormen voor heel wat kleine dieren en planten een ideale schuilplaats: vogels broeden er, vleermuizen vinden er een slaapplaats, het wemelt er van de insecten, paddenstoelen, mossen, varens, ... Als klein landschapselement vormen ze dan ook een belangrijke schakel in het groene netwerk in ons cultuurlandschap.
Door veranderd landgebruik (bv. grootschaligere landbouw, uitbreiding woonkernen) zijn echter heel wat knotbomen verdwenen. Bij diegene die wel overleefden, blijft vaak onderhoud achterwege. Het hout verloor immers zijn gebruikswaarde en het kapwerk blijkt vandaag te tijdrovend en te arbeidsintensief. Hierdoor wordt de pruik echter te zwaar en scheuren knotbomen open of vallen ze onder het gewicht. Daarnaast vond er de laatste jaren ook nauwelijks aanplant van nieuwe bomen plaats, waardoor de knotbomenpopulatie ‘vergrijst' en langzaamaan verdwijnt.
Knoteiken komen niet overal in Vlaanderen voor. Ze verkiezen eerder vochtige, zandige gronden en maakten dan ook maar op die plaatsen deel uit van de vroegere landbouwcultuur. De grootste concentraties knoteiken, getuigen van dat oude landgebruik, zijn te vinden in het Hageland en in de Lage Kempen. In het werkingsgebied van RLGC zijn knoteiken eerder een zeldzaamheid. Naast de knoteiken van het Prinsenveld, zijn enkel nog een aantal knoteiken op het Schom, eveneens Zemst, ons bekend.
Door gefaseerd het achterstallig knotbeheer weg te werken, nieuwe eiken te planten en het reguliere knotbeheer (8 à 10 jaar) terug op te nemen, willen RLGC en Natuurpunt Zemst deze landschapsbepalende knoteiken en hun cultuurhistorisch knotverhaal bewaren en versterken.
Vorige pagina: Het Prinsenveld: 10 ha in beheer
Volgende pagina: Vriezenbroek: de start
