Print This Page

Het pimpernelblauwtje: ongewone verhoudingen

Eind juli of begin augustus leggen de vrouwtjes van het pimpernelblauwtje hun eitjes op de bloemen van de grote pimpernel.Een weekje later verlaat het larfje langs de kant waar het eitje de bloem raakt, wat zeer ongewoon is bij de vlinders.

Er is altijd maar 1 larfje per bloem. Dat larfje begint onmiddellijk te eten en graaft zich een weg naar het midden van de bloem tot aan de centrale bloemenas. Gedurende zijn bestaan als rups, gaat de larve alleen maar van de bloem eten, nooit van de blaadjes.

Na een maand en een paar vervellingen, meet het larfje meet 5 à 6 mm en heeft een zeer ongewone vorm en kleur: rose tot wijnkleurig met blekere dwarsringen en op het zevende achterlijfsegment bevindt zich duidelijk zichtbaar: een honingklier.

Anderhalve maand na de eileg verlaat het larfje het binnenste van de bloem en kruipt langzaam langs de stengel omlaag. We zijn rond half september. Een ruwknoopmier, “Myrmica scabrinodis Nylander” ontmoet op de stengel de afzakkende larve. Onmiddelijk begint de mier de rups te “melken”, dit wil zeggen dat de mier vloeistof gaat opnemen die de rups uit zijn honingklier gaat afscheiden.

Als de rups het onderste van de plant bereikt, heeft nemen de mieren hem mee en brengen hem naar hun nest.

Op deze manier kunnen verschillende rupsen in hetzelfde nest binnengebracht worden. Eind september zijn er geen rupsjes meer te vinden in of op de pimpernelbloemen.

In het mierennest gaat de rups zich te goed doen aan de mierenlarven. Hier gaat een rups over van een plantendieet op een dierlijk dieet, wat ook zeer merkwaardig en uitzonderlijk is in de wereld van de vlinders.

De mieren blijven de rupsen melken. De rups groeit zeer langzaam en bij het invallen van de eerste koude gaan zowel de rups, als zijn gastheren de mieren, over in een rustperiode en valt de groei volledig stil.

Pas begin april, wanneer de zonnestralen het mierennest beginnen te verwarmen, begint de aktiviteit in het nest opnieuw. De larve gaat opnieuw mierenlarven verorberen.

Gedurende april en mei gaat de rups verder groeien en ook zijn uitzicht verandert volledig, hij wordt donker purper. In het nest bevinden zich rond de rups de vele lege huidjes van verorberde mierenlarven.

Eind mei zijn de rupsen volwassen, ze meten nu 16 mm. Begin juni gaan de eerste rupsen verpoppen. De pop is lichtbruin, oker van kleur. De pop heeft voor zijn verpopping een uitholling gemaakt die bezet werd met haren.

Eind juli beginnen de eerste ontpoppingen. Na het verlaten van de pop, blijft de pophuid goed zichtbaar voor de helft uit het mierennest steken. De pas uitgekomen vlinder gaat iets omhoog kruipen langs de pimpernelstengel en laat zijn vleugels volledig ontwikkelen.

En de cyclus kan opnieuw beginnen ...

Geen eenvoudig leven dus. Voor het welslagen van heel het gebeuren, heb je dus voldoende planten grote pimpernel nodig, bereidwillige mieren en natuurlijk de aanwezigheid van het pimpernelblauwtje.