Print This Page

Pimpernelblauwtje

Het is pas in 1938 dat Brusselse entomologen het Pimpernelblauwtje, “Maculinea teleius Bergstr.” ontdekken in België. In 1940 wordt het vlindertje waargenomen in Vilvoorde, Eppegem, Weerde, Houtem, Elewijt en Hofstade.

De waarnemers vinden de soort, in grote hoeveelheden, op niet aaneengesloten weiden waar de grote pimpernel, “Sanguisorba officinalis L” groeit en bloeit.

In de daaropvolgende jaren wordt veel weiland in cultuur genomen en gebeuren grote werken voor de rechttrekking van de Zenne. In 1957 melden wetenschappers dat het vlindertje zich toch nog goed weet te handhaven.

In 1972 doen verschillende mensen dramatische oproepen om maatregelen te nemen om het vlindertje te beschermen ... maar tevergeefs.

Rond deze periode wordt in Weerde door vlinderverzamelaars een van de laatste pimpernelblauwtjes gevangen en voor grof geld doorverkocht...

Ondertussen behoort het pimpernelblauwtje, in de rest van de Europa, tot de meest bedreigde dagvlindersoorten van de wereld....

Naast inname van weilanden voor akkerbouw, industrie of woongelegenheid, is er op de overgebleven weilanden een hoe langer hoe sterkere bemesting.

Dat maakt een overheersing van grassen mogelijk. De grote pimpernel krijgt het dan moeilijk om boven de grassen uit te geraken.

Ook de intensieve begrazing van de weilanden en kappen van de haagstruwelen tussen en rond de weilanden hebben een negatief effect.

Het verdwijnen van al die kleine landschapselementen, zoals hagen en heggen, heeft een nefaste invloed voor heel wat planten en dieren. Je hebt immers geen geoefend oog nodig, om te merken dat er in die struwelen heel wat meer te beleven valt dan op een doorsnee elektrische schrikdraad.

Als de grote pimpernel het onder die omstandigheden laat afweten, dan betekent dit vaak ook het einde van het pimpernelblauwtje.

Het pimpernelblauwtje heeft maar een heel beperkt vliegbereik en het open landschap is vaak te zeer versnippert, zodat uitwijken naar een ander gebied niet mogelijk is.