Print This Page

Beheer Pimpernelgraslanden

In de naoorlogse periode werden natte hooilanden steeds minder belangrijk voor de landbouwers. Door mechanisatie en het gebruik van kunstmest was het ook mogelijk hooi te produceren op hoger gelegen gronden en de hooilandcultuur verdween.

Op andere plaatsen verdwenen de hooilandvegetaties door drainage, bemesting en ploegen.

Om de grote pimpernel volop kansen te geven, hebben we ons beheer afgestemd op de manier van werken van eertijds.

Dat wil zeggen, een eerste maaibeurt tussen 20 mei en 10 juni. Een tweede maaibeurt eind september of begin oktober. We zorgen ervoor dat het maaisel binnen de 10 dagen na het maaien afgevoerd wordt.

De eerste jaren na de aankoop hebben we zelf gemaaid, intussen hebben we een goede samenwerking met landbouwers uit de buurt.

In onze jaarlijkse overeenkomsten, spreken we met de landbouwers af, wat kan en wat niet kan.

Het beheer dat al een aantal jaren wordt uitgevoerd is niet alleen gunstig voor de grote pimpernel, ook planten zoals knolsteenbreek varen er wel bij, zoals blijkt uit onderstaande tabel. Elk jaar, en steeds op dezelfde datum voor elk van beide soorten, wordt het aantal bloeiende planten geteld. In het voorjaar maken we ook een globale inschatting van alle planten. Op die manier kunnen we het gevoerde beheer toetsen en waar nodig bij sturen.

 

Bloeiende plantenKnolsteenbreek
op 1 mei199920002001200220032004200520062007
Weybeemd1--------te laat
Weybeemd2--80809590125150te laat
Rubenswei----505593127te laat










Bloeiende plantenGrote pimpernel





op 15 augustus199920002001200220032004200520062007
Weybeemd1201207070gemaaid265280549345
Weybeemd2-70190270342525580779850
Rubenswei--43389117
          
          
          
          
          
          
          
          
          
          
          
          
          
          

Vorige pagina: Grabbelpas
Volgende pagina: Pimpernelblauwtje