Sleedoornpage
De sleedoornpage is een vrij klein vlindertje dat behoort tot de familie van de kleine pages. De onderzijde van de vleugels is roodbruin gekleurd, met enkele witte strepen. De bovenkant is bij de mannetjes bruin, bij de wijfjes bruin met een oranje vlek op de voorvleugel. Zoals de andere pages heeft ook de sleedoornpage een 'staartje'.
De sleedoornpage dankt zijn naam aan de sleedoorn, de belangrijkste voedselplant van de rupsen.
Verborgen bestaan
Sleedoornpages zijn niet algemeen. Dit heeft misschien te maken met hun verborgen levenswijze waardoor ze moeilijk te inventariseren zijn: het zijn heel schuwe vlinders die je bijna nooit te zien krijgt. De mannetjes zitten op de uitkijk in de kruinen van hoge bomen, de wijfjes houden zich schuil in de struwelen.
De sleedoornpage overwintert als eitje en die eitjes blijven wel de hele 'winter' stilzitten. De eitjes zelf zijn klein ( zo'n 0,9 mm diameter ), maar door hun grijswitte kleur en hun 'zeeëgel-vorm' vorm wel heel herkenbaar. Het zijn dan ook die eitjes die we zoeken om te zien of er ergens sleedoornpages zitten. Je vindt de eitjes op twijgen van sleedoorn. Daarvoor moet je voornamelijk op naar het zuiden gerichte struiken zoeken en meestal op twee- of driejarig hout. Het wijfje legt maar heel weinig eitjes, gemiddeld 5 per dag, dus het is wel zoeken geblazen.
De rupsen komen uit op de het ogenblik dat de knoppen van de sleedoorn aan het uitlopen zijn: ze eten de knoppen en groeien in de lente en de voorzomer waarna ze verpoppen in de strooisellaag.
Honingdauw
De vlinder zelf vliegt van begin juli tot half oktober. Hij drinkt nectar van bloemen, kruiden en struiken maar ook honingdauw. Je zal hem meestal enkel op bloemen aantreffen in droge periodes wanneer de honingdauw 'opgedroogd' is. Het leefgebied van de sleedoornpage bestaat uit zonbeschenen bosranden met sleedoorn maar ook kleinschalige landbouwgebieden met sleedoornhoutkanten.
Vorige pagina: Insecten
Volgende pagina: Fotogalerijen

